Geloofwaardig presenteren
Do’s en don’ts voor presentaties die écht landen
Of een presentatie wel of niet landt, ligt zelden aan de inhoud. En vaak ook niet aan de PowerPoint.
Sommige mensen geven een ‘perfecte’ presentatie met sterke argumenten, mooie slides en kloppende cijfers. En tóch haakt het publiek af.
Anderen vertellen grofweg hetzelfde verhaal, misschien zelfs een beetje rommelig en met minder perfecte slides. Maar het publiek luistert, stelt vragen en gaat na de presentatie enthousiast aan de slag.
Het verschil zit hem vaak in een andere laag dan de inhoud. Het verschil zit hem in hoe geloofwaardig jij bent en overkomt als spreker:
- Klopt het voor je publiek dat jíj dit verhaal vertelt?
- Gelooft het publiek je intentie?
- Heeft je publiek het gevoel dat je weet waar je het over hebt?
- Voelt je publiek dat jij het onderwerp belangrijk vindt?
In dit artikel zoomen we in op de vraag hoe je ervoor zorgt dat je als spreker geloofwaardig overkomt. Niet met trucjes, maar door te laten zien wie jíj bent, op een manier die klopt bij je boodschap.
Drie vragen
Binnen een minuut bepalen mensen intuïtief of ze naar je willen luisteren. Als we ontleden hoe mensen dit doen, zie je drie vragen terugkomen.
1: Past jouw profiel bij dit onderwerp?
Je publiek vraagt zich direct vanaf het begin af of het logisch is dat jij het verhaal vertelt. Je hoeft natuurlijk geen goeroe te zijn of vijftig jaar ervaring te hebben, maar er moet wel een bepaalde verbinding zijn tussen jou en je onderwerp. Dat kan zitten in:
- Je functie en verantwoordelijkheid
- Je ervaring met de doelgroep, het systeem of het type werk
- Je positie in het proces
Je kunt die verbinding met één korte zin expliciet maken, zoals:
‘Ik werk nu een aantal jaar met deze doelgroep en zie steeds dezelfde patronen terugkomen.’
Hiermee zet je jezelf direct in een positie met geloofwaardigheid.
2: Laat je zien dat je hun wereld snapt?
Je kunt inhoudelijk gelijk hebben en toch aan geloofwaardigheid verliezen bij je publiek. Bijvoorbeeld omdat mensen het gevoel hebben dat je geen idee hebt hoe hun praktijk eruitziet. Het is goed te laten zien dat je de wereld van je publiek snapt:
- Je gebruikt voorbeelden uit hun praktijk
- Je gebruikt woorden die zij ook gebruiken
- Je erkent hun realiteit op het gebied van bijvoorbeeld werkdruk
Een empathische zin doet je geloofwaardigheid veel goed. Je laat dan zien dat je betrokken bent en je inleeft in hun situatie:
‘Ik weet dat jullie agenda’s vol zitten. Alles waar we het over hebben, moet in plaats van iets anders komen. Anders past het niet.’
3: Ben je eerlijk over wat je wel en niet weet?
Bluffen werkt zelden. Je publiek prikt er vaker wel dan niet doorheen. En dat is killing voor je geloofwaardigheid. Iets heel kleins kan al genoeg zijn, zoals doen alsof je een detail heel zeker weet. Je geloofwaardigheid groeit juist als je grenzen en beperkingen durft aan te geven:
‘Op detailniveau weten jullie dit beter dan ik. Ik kijk bewust naar de grote lijn en hoe we die kunnen bewaken.’
Dat voelt kwetsbaar en misschien zelfs als een diskwalificatie van jezelf. Toch is het effect vaak tegenovergesteld. Zolang je oprecht bent, vergroot het hoogstwaarschijnlijk je geloofwaardigheid voor de rest van je verhaal.
Bovenstaande elementen gaan vooral over je ethos. Dit is, naast logos en pathos, één van de drie soorten overtuigingskracht. In dit artikel lees je meer over deze drie termen, hoe ze met elkaar samenhangen en hoe je ze alle drie maximaal inzet in je presentatie.
Gedrag dat je geloofwaardigheid versterkt
Bepaalde gedragsuitingen versterken je geloofwaardigheid. We behandelen er een aantal.
Rust en keuzes
Geloofwaardige sprekers hebben geen haast. Zelfs wanneer de tijd krap is. Ze kiezen wat ze willen vertellen en laten de rest liggen. Hierdoor komt wát ze vertellen altijd goed over.
Hiermee laat je zien dat wat je zegt tijd en aandacht verdient. Bovendien straal je uit dat je verhaal ook zonder alle argumenten sterk genoeg is.
Samenhang tussen lichaam en woorden
Je publiek luistert niet alleen naar wat je zegt. Zij zien een totaalplaatje. Ze voelen de mismatch als je zegt dat:
- Je heel enthousiast bent, maar heel vlak praat
- Het onderwerp belangrijk is, maar je een heel laconieke houding hebt
- Je rust wilt brengen, maar in één adem doorratelt
Het helpt om bij jezelf te checken of je toon past bij wat je zegt en of je non-verbale communicatie past bij je verhaal.
Een duidelijke positie
Geloofwaardigheid is ook dat je ergens voor durft te staan. Als je alleen maar beschrijft wat er gebeurt, ben je meer een verslaggever. En verslaggevers staan altijd buiten de inhoud.
- ‘Mijn voorstel is dat we voor scenario B kiezen.’
- ‘Ik vind dit geen bijzaak, maar een hoofdzaak.’
- ‘Volgens mij kunnen we hiermee als team meer resultaten halen.’
Het hoeft niet heel hard. Maar als niemand snapt waar jij voor staat, is het lastig om een geloofwaardige bron te zijn.
Luisteren en serieus nemen
Wanneer iemand een vraag stelt of kritiek uit, is het belangrijk dat je daar goed mee omgaat. Je versterkt je geloofwaardigheid als je bijvoorbeeld iemand laat uitpraten, kort samenvat wat je hoort en het erkent wanneer een vraag goed is.
Hierna kun je beheerst reageren. Je straalt dan uit dat je niet jezelf wilt beschermen, maar bezig bent met zijn allen vooruit te komen. Ook wanneer je het ergens niet mee eens bent.
Interactie zoeken
Als jij drie kwartier alleen maar zendt, leg je het volledige gewicht van de bijeenkomst bij jezelf. Zo weet je nooit wat je publiek denkt en vindt. In plaats daarvan kun je deze vragen stellen:
- ‘Herkennen jullie wat ik zeg?’
- ‘Waar schuurt wat ik zeg met jullie werk?’
- ‘Wat hebben jullie nodig om hier straks mee verder te kunnen?’
Hiermee maak je de groep mede-eigenaar van je verhaal. Zij worden belangrijker, en jij hoeft het niet meer alleen te doen. Het versterkt je geloofwaardigheid, omdat je laat zien dat je niet bóven, maar ín de groep staat.
Volg de training ‘Overtuigen, Spreken en Presenteren’
Gedrag dat je geloofwaardigheid ondermijnt
Naast aandacht voor gedrag dat je geloofwaardigheid versterkt, is het belangrijk stil te staan bij gedrag dat je geloofwaardigheid ondermijnt. Dit komt vooral onbewust naar voren als je je ongemakkelijk voelt.
Je maakt jezelf klein
Het is goed om jezelf niet te groot te maken, maar jezelf te klein maken is óók geen goed idee. Veel mensen beginnen hun presentatie met een soort verontschuldiging:
- ‘Ik zal proberen het kort te houden.’
- ‘Ik ben hier niet zo goed in, dus ik ga er even snel doorheen.’
- ‘Ik hoop dat jullie me een beetje kunnen volgen.’
Dat voelt bescheiden en sympathiek, maar het straalt uit dat je publiek vooral niet te veel moet verwachten van je presentatie. Dat komt niet professioneel over. Zeker niet als het niet oprecht overkomt. Je kunt het gesprek beter een duidelijke start geven:
- ‘Ik neem jullie mee in de volgende drie dingen.’
- ‘Ik laat jullie zien waar we staan en welke keuzes op tafel liggen.’
Je zendt te veel informatie
Jezelf willen bewijzen met veel te veel inhoud, voorbeelden en context is vaak geen goed idee. De angst dat anderen vinden dat je onvolledig bent, overheerst dan.
Je verhaal wordt moeilijker te volgen, waardoor de kans groter wordt dat je publiek afhaakt. Ook loop je bijvoorbeeld het risico dat er een discussie ontstaat over een irrelevant detail.
Je expertise blijkt niet uit hoeveel je vertelt, maar uit hoe je de punten brengt die je wél behandelt. Drie sterke punten maken je geloofwaardiger dan tien half uitgewerkte punten.
Je speelt een rol
Zodra je publiek voelt dat je een rol speelt, heb je een probleem. Bijvoorbeeld als je een ingestudeerd ‘inspirerend’ verhaal vertelt of een andere toon hebt dan hoe je normaal praat. Bijvoorbeeld een overdreven enthousiaste toon. Daar trapt niemand in. Hetzelfde geldt voor als je te veel pleaset, oftewel dat je vooral meepraat met het publiek om aardig gevonden te worden.
Je reageert defensief op vragen
Een kritische vraag kan je onzeker maken. Dat is helemaal niet erg. Maar je reactie heb je zelf in de hand. Ongeacht of de inhoud klopt, voelt het niet goed voor je publiek als je bijvoorbeeld steeds harder gaat praten of scherper antwoordt dan nodig.
Probeer als je dit bij jezelf merkt even op de rem te trappen: haal adem, herhaal wat je hoort, erken andere standpunten en antwoord daarna pas.
Je betrekt alles op jezelf
Alles op jezelf betrekken noemen we het ‘spotlight-effect’. Dit gebeurt vaak als je iets spannend vindt. Kleine signalen doen dan veel met je. Bijvoorbeeld als iemand uit het publiek gaapt of op zijn telefoon kijkt.
In zulke gevallen slaat voor je het weet de onzekerheid toe. Je zet een denkbeeldige spot op jezelf en interpreteert alles als oordeel over jou.
Hierdoor gaan veel mensen sneller praten en nóg meer uitleggen. Je verhaal wordt hierdoor rommeliger en moeilijker om te volgen. Hierdoor daalt je geloofwaardigheid.
In ons artikel over het spotlight-effect gaan we dieper in op die diepere laag van zenuwen, gedachten en reflexen. En hoe je er zo mee omgaat dat ze je verhaal ondersteunen in plaats van saboteren.
Tot slot
Als je alles terugbrengt tot de kern, is er één overkoepelend thema dat je geloofwaardigheid het sterkst maakt:
Oprechtheid.
Je kunt werken aan argumenten, structuur, voorbeelden en tempo, maar als je daarbij onoprecht bent of overkomt, verlies je je geloofwaardigheid. Je publiek verwacht geen perfectie. Ze willen iets zien wat klopt. In de breedste zin van het woord. Bijvoorbeeld:
- Je zegt wat je vindt, in woorden die bij je passen
- Je doet jezelf niet groter of kleiner voor dan je bent
- Je laat zien dat je het belangrijk vindt, zonder het te overdrijven
Bij Spraakwater kijken we daarom in de training ‘Overtuigen, Spreken en Presenteren‘ niet alleen naar wát je vertelt, maar ook naar hóe je dat als mens doet.
We sleutelen niet aan een kunstje, maar helpen je om te ontdekken waar jouw geloofwaardigheid hem in zit. Vervolgens werken we samen aan je eigen manier van spreken, zodat je echt jouw eigen stijl ontwikkelt.
Hierdoor presenteer je niet meer als ‘iemand die het goed kan’, maar als jezelf. Met een verhaal dat klopt, en een manier van spreken die mensen geloven.
Bekijk hier de eerstvolgende trainingsdata en claim je plek.
Direct aan de slag met een praktische tool, checklist of werkvorm die je helpt om dit onderwerp toe te passen in de praktijk.